Oude gracht 6
9341 AB Veenhuizen
info@peergroup.nl
tel.no: 0592 396933

P.A.I.R.

Matthew Mazzotta / Smallingerland

 
 

P.A.I.R. in expositieruimte De Galerij: 11 april t/m 20 mei

Lezing: 25 april om 14.00 uur

door: Petra Derkzen - Rural Sociology Group - Wageningen University
tijdens de theeceremonie van Matthew Mazzotta

zie ook het blog

Locatie: Burg. Wuiteweg 24, 9203 KL Drachten

Van 11 april tot 20 mei zal het theehuis te bezoeken zijn in De Galerij in Drachten. Ook op deze locatie zal worden doorgegaan met het zoeken naar eetbare planten. Theeceremonies zullen in ieder geval plaatsvinden op 18, 23, 24, 25 april en 16 mei van 14.00 uur tot 17.00 uur.

De P.A.I.R. staat nog t/m 26 april in Smalle Ee.

Steeped in Exploration/Onderdompeling in onderzoek

Steeped in Exploration/Onderdompeling in onderzoek is een sociaal geëngageerd kunstproject dat ruimte wil creëren voor discussie over thema’s als praktische kennis van het landschap, publieke betrokkenheid, ecologische kwesties, gemeenschapszin, kunstenaarschap en overbelasting van de aarde, en probeert daarbij de systemen die ons dagelijks leven vormgeven nader te analyseren.

Het project omhelst het omzetten van mest, afkomstig van boerderijen uit de nabije omgeving, tot energie in de vorm van methaan dat gebruikt wordt om water te koken voor thee, getrokken van eetbare planten die op gezamenlijke zoektochten in de omgeving worden verzameld. Door onze huidige wijze van leven binnen een participatieproject ter discussie te stellen, kan ook iedereen deelnemen aan het (opnieuw) vormgeven van onze wereld.

Biogasinstallaties of vergisters worden overal ter wereld gebruikt voor het produceren van gas voor het bereiden van eten en voor verlichting. Anaerobe vergisting bestaat uit een reeks van processen waarbij biomassa in een zuurstofloze omgeving door micro-organismen wordt afgebroken. Een biogasinstallatie is een willekeurig, van zuurstof afgesloten systeem, dat is gevuld met biologisch afbreekbaar materiaal. In principe zal er methaanproductie plaatsvinden wanneer organisch materiaal luchtdicht wordt bewaard. Om gebruik te kunnen maken van het vrijgekomen methaan zal het systeem moeten zijn voorzien van een regelaar om het gas te kunnen laten ontsnappen en te verbranden.

Bij verbranding wordt het broeikasgas methaan (CH4) gesplitst in koolstofdioxide (CO2) en water (H20). CO2 is weliswaar ook een broeikasgas, maar is minder schadelijk dan CH4, dus in feite verminder je het koolstofgehalte door methaan te verbranden.

De technologieën die een rol spelen in ons leven dienen vooral ons gemak, maar kunnen er ook toe leiden dat we het contact met elkaar en de ons omringende wereld verliezen. Als centraal element van Onderdompeling in onderzoek is de biogasinstallatie de katalysator voor het ontstaan van nieuwe mogelijke sociale interacties en het anker voor het ter discussie stellen van de bestaande interacties. Door in het openbaar warmte op te wekken door middel van vergisting wordt een context en een kader geboden waarbinnen het gesprek kan plaatsvinden dat zal leiden tot landschappelijk onderzoek en het verzamelen van eetbare planten. Deze in al zijn eenvoud zo raadselachtige techniek, die van mondiaal belang zou kunnen zijn, biedt op lokaal niveau mogelijkheden om invulling te geven aan een duurzamere manier van leven.

Gedurende twee weken, beginnend op 20 maart, zijn de bewoners van de omringende gemeenschappen welkom om zich onder te dompelen in onderzoek en te helpen zoeken naar planten waarvan het aftreksel kan worden gedronken. Wanneer de vergister eenmaal is geïnstalleerd en methaan produceert, zal het onderzoek zich richten op eetbare planten die rond de overgang van winter naar lente te vinden zijn, zoals kraaiheide, look-zonder-look, brandnetel, bieslook, en paardenbloem, maar ook het sap en de schors van bomen. Als bronnen worden boeken en het internet gebruikt, maar de meest interessante informatie zal in gesprekken met de plaatselijke bevolking naar boven moeten komen. De mensen uit de streek kunnen uiteraard ook komen helpen bij het maken van de vergister en de bouw van een zitgedeelte waar de thee gedronken kan worden, maar waar hun deelname en hun kennis werkelijk onontbeerlijk zijn, is tijdens de gezamenlijke zoektochten naar eetbare planten en het maken van de aftreksels.

Om gebruik te kunnen maken van de kennis van de plaatselijke bevolking, deel te nemen aan de gesprekken, op zoektocht te gaan naar eetbare planten, deze te herkennen en er samen thee van te zetten, is het nodig het gebruikelijke consumentengedrag te laten varen en je open te stellen voor een informeler soort interactie, zonder regels. Het zelf ontdekken en verzamelen van eetbare planten en het ritueel van het theezetten zijn handelingen die een kritische en ontvankelijke deelname verlangen, waardoor er ruimte kan ontstaan voor een nieuwe kijk op het landschap en de mensen om ons heen.

P.A.I.R. in Smalle Ee en Drachten:

De P.A.I.R. begint als project op een locatie in het landschap en eindigt als een tentoonstelling in expositieruimte De Galerij van Schouwburg De Lawei in Drachten.

Het project op locatie:

Kunstenaar Matthew Mazzotta uit Boston (VS) zal de P.A.I.R. in Smalle Ee op een zeer bijzondere plek gaan bewonen, namelijk de precieze locatie waar zich vroeger een Benedictijnenklooster bevond.

Het project Steeped in Exploration/Onderdompeling in onderzoek betekent de bouw van een theehuis waarbij brandstof wordt gebruikt uit een biogasinstallatie. Deze installatie produceert gas uit koeienstront.

Als je interesse hebt in het theehuis van Matthew en in het zelf verzamelen van eetbare planten om daar thee van te maken, stuur hem dan een e-mail via triangle@mit.edu of ga langs bij de P.A.I.R. op locatie.

Locatie P.A.I.R.: Kleasterkampen (tegenover Muntseleane) te Smalle Ee

Data:

15 maart – 19 maart. Maak de aankomst mee van Matthew in Smalle Ee en zie hoe de omzetter en het theehuis gebouwd worden.

20 maart – 5 april. Sluit je bij Matthew aan en ga in het landschap op zoek naar eetbare planten om er thee van te zetten.

 

link De Galerij

Item door Omrop Frylan

Omrop Frylan was ter plekke en heeft een item gemaakt over de plaatsing en het project van de P.A.I.R. in Smalle Ee.

Link naar video

Foto's van Matthew

Matthew en Cory zijn aangekomen in Smalle Ee. De werkzaamheden in de werkplaats van de PeerGrouP zijn afgerond en nu wordt het project voortgezet op locatie.

Klik op deze link voor een fotoverslag van Matthew

Lezing: Op de thee / 25 april 2010

 Door: Petra Derkzen
Rural Sociology Group
Wageningen University 


Op de thee

Een kopje thee? Thee, in China reeds eeuwen ingeburgerd, was en is daar een belangrijk onderdeel van sociale samenkomsten. Thee ceremonies ontwikkelden zich bij de elite in de Chinese dynastieën en vaak ook via de geestelijken, de Chinese monniken[i].

Matthew Mazzotta stond op de plek van het vroegere klooster in Smalle Ed. De benedictijner kloosterling van dit klooster, het Smallingheraconvent zou anno 1370 raar hebben gekeken bij het aanbieden van een kopje thee. Hij zou vast gedacht hebben dat iemand hem brak slootwater probeerde voor te zetten. Het water in de veengebieden van de Neder Landen van erg slechte kwaliteit[ii]. Water was dan ook per definitie verdacht, en ondrinkbaar. Van thee had men toen nog nooit gehoord. Bier! Dat was de dagelijkse drank gedurende de middeleeuwen tot ver in de 17de eeuw[iii].

Thee zou natuurlijk nog niet zo'n gekke uitvinding zijn geweest. Net zoals voor het brouwen van bier, moet het water tenslotte gekookt worden, wat goed was voor de hygiëne. Na 1400 woonden er uitsluitend vrouwen in het klooster[iv]. Zij hadden vast graag een kopje thee met elkaar gedronken.

Een veilige plek, dat was het klooster van Smallingheraconvent. Er werden jaarmarkten op kloosters in de regio gehouden, de vroegste jaarmarkt begon altijd op dit klooster. Om van jaarmarkt naar jaarmarkt te reizen maakten de handelaren gebruik van het kloosterpad. In een akkoord uit 1453 probeerden wereldlijke en geestelijke leiders de veiligheid van de handelaar te garanderen[v]. Makkelijk was dat niet want er was geen centrale overheid of gezag. Middeleeuws Friesland bestond uit een aantal autonome 'terrae', landen waar 'vrije mannen' het voor het zeggen hadden. Deze kleine en bevoorrechte groep mannen sprak recht volgens Germaanse rechtspraak[vi].

Tot 1498 heerste er in Friesland een onvervalste eercultuur waarbij families elkaar voortdurend bestreden. In de eercultuur geldt; als jij slaat, sla ik terug, dan is de eer gewraakt en weer in evenwicht. De vrije mannen vochten voortdurend om macht en eer. Geweldsmisdrijven van de elite werden niet met celstraf maar met een nauwkeurig boetesysteem afgehandeld. Een afgehakte neus was minder waard dan uitgestoken ogen en het rechterbeen afhakken was goedkoper dan het linkerbeen omdat je zonder linkerbeen immers je paard niet meer op kwam. In de boeteregisters valt te lezen dat iemand bier in het gezicht gooien een middelzware belediging was. Het was erger dan iemand water in het gezicht gooien maar minder erg dan gier in het gezicht gooien. Voor elk vergrijp moest met weergeld betaald worden[vii].

Wellicht had een kopje thee de gemoederen eerder tot bedaren gebracht dan een glas bier. De theepauze bestond toen echter ook nog niet. De thee is uiteraard een koloniale drank. Aan thee zit de geur van exploitatie en meedogenloze handel. Het waren de tijden van de Gouden Eeuw en de echte VOC mentaliteit[viii]. Daar loopt nu niemand meer warm voor.

Thee sijpelde als interessante en uitheemse drank samen met koffie en chocholadedrank in de Nederlandse cultuur vanaf de 17de eeuw[ix]. Thee was een dalend cultuurgoed zoals dat heet[x]. Thee was er eerst voor de zeer kleine elite van welgestelden en raakte daarna ingeburgerd bij de middengroepen om vervolgens zo vanzelfsprekend te worden dat het zelfs in de gewoonten van de allerarmsten een plek kreeg. Zo ging het ook met bijvoorbeeld tafelmanieren en het gebruik van serviesgoed.

In de Middeleeuwen vond voornamelijk aan het Franse hof een beschavingsproces plaats dat we kunnen volgen door hofgeschriften over tafelmanieren uit die tijd. Zo werd men in de 13de eeuw aan het hof gemaand om niet de neus te snuiten in het tafellaken. De elite en gegoede burgerij spiegelden zich aan het hof. Vanaf de 15de eeuw kwamen er ook geschriften voor de gegoede burgerij over de juiste manieren. Erasmus schreef in zijn boek over beschaving voor jongens; "Sommige mensen steken hun handen in het gerecht op het moment dat het opgediend wordt. Alleen wolven doen dit". En "Het aflikken van vette vingers is onbeleefd."[xi]

Deze adviezen waren gericht op de elite van deze tijd, voor het gewone volk werd niet eens geschreven (los van het feit dat ze het meestal ook niet konden lezen). Het gewone volk at gewoon met de hand uit de 'potspysen' eventueel geholpen door een stuk brood. Pas omstreeks 1730 verscheen de vork in inventarissen van boeren en middenstanders. In de 18de eeuw vindt er bij alle bevolkingsgroepen een uitbreiding van het eetgerei plaats, het individuele bord en de individuele kom doet zijn intrede[xii].

De drank thee was in het begin erg duur en exotisch en daardoor ook zeer prestigieus. Men kon zich met thee en het bijbehorende servies sociaal onderscheiden zoals men dat nu kan met een bijzondere wijn, of nog beter, met een verrassende wijn-spijs combinatie[xiii]. Thee was zo bijzonder dat het niet bij de maaltijd werd gedronken maar het kreeg een 'eigen moment' in de theevisite. Jozien Jobse-van Putten schrijft over eind 17de eeuw:

"De nieuw in het leven geroepen theevisite gold in deze tijd als de gelegenheid bij uitstek om zich te profileren. Daarbij moesten de (vaak dure) serviezen, die als statussymbool fungeerden, hun bijdrage leveren aan het ophouden van de nagestreefde façade. (...) De imitatiezucht bij het drinken van koffie en thee door brede lagen van de bevolking leidde in diverse geschriften uit die tijd, die uiteraard afkomstig waren uit de gegoede kringen, tot uitingen van misnoegen. In afkeurende zin werd er over 'misbruik' van koffie en thee gesproken." P107/108

Naast de sociaal-culturele redenen waren er ook andere redenen voor de stijgende populariteit van thee (en koffie) zoals een stijgende graanprijs en daardoor een stijgende prijs van bier en diverse veepestepidemieën waardoor zuivelprodukten schaars en duur waren. Ook ontstond er ongenoegen over de kwaliteit en smaak van veel lokaal gebrouwen bier. Maar bovenal kan de opkomst van thee en koffie niet los gezien worden van een andere innovatie uit die tijd; de beschikbaarheid van suiker en daarmee, de ontwikkeling van een zoete smaak[xiv].

Voor de nonnen van Smallingheraconvent kwamen deze innovaties echter veel te laat. Na de Hervorming van 1580 en de invoering van het protestantisme werden de kloosters afgebroken zodat de Spanjaarden, waarmee we toen in oorlog waren, het klooster niet als schuilplaats konden gebruiken[xv]. Zeer waarschijnlijk is er dus nooit thee gedronken in het klooster van Smallingheraconvent. Hoewel we dat ook niet zeker weten. Er is heel erg weinig bekend over de dagelijkse eet- en drinkgewoonten van vele bevolkingsgroepen, geschreven bronnen zijn er voornamelijk over de huishoudens van de elite[xvi].

Tot nu toe heb ik me in mijn referentie naar thee beperkt tot het blad van de plant Camillia Sinensis, gecultiveerd in onder andere zuid oost Azië en in het Nederland van de Middeleeuwen dus nog onbekend. In ons spraakgebruik verwijst 'een thee zetten' echter ook naar het maken van een extract of afgietsel van plantmateriaal door het te laten trekken in kokend water. Deze praktijk, welke misschien anders werd aangeduid voor de introductie van de thee als Camillia Sinensis, kan wel degelijk in het klooster hebben plaatsgevonden.

Verondersteld mag worden dat veel delen van planten en dierprodukten werden gebruikt voor medicinale behandelingen of andere (geloofs)rituelen. Als we ons alleen richten op dat wat we categoriseren als 'voedsel', hebben we grote kans op een onvolledig beeld. Planten die gebruikt werden in een andere hoedanigheid hebben echter vaak ook voedingswaarde waardoor zonder de categorie 'ander gebruik' een deel van het dieet buiten beeld blijft[xvii]. Het is dus wel degelijk mogelijk dat 'kruidenthee' door de nonnen werd bereid voor uiteenlopende kwalen en rituelen.

Thee en de praktijk van thee zetten en drinken heeft zich door de eeuwen heen een plek veroverd in onze cultuur, zoals ook in andere culturen waar thee geïntroduceerd werd. Denk aan de 'British afternoon tea', een Japanse thee ceremonie of thee geserveerd in een Russische 'samovar'. Ook de Inuit in noord Canada en verschillende inheemse volkeren in Kenia hebben na introductie het drinken van (zwarte) thee opgenomen in hun cultuur[xviii].

Thee heeft een sterke historische associatie met gastvrijheid. De prestigieuze en statusverhogende theevisites in de 17de eeuw werden al aangestipt. Maar net zo goed kan thee verbonden worden aan Nederlandse soberheid. Zo gaat deze karakterschets van soberheid hand in hand met thee in het beeld van premier Drees die na de oorlog de Amerikaanse Marshall onderhandelaars thuis onthaalde met thee en mariakaakjes. Thee heeft, kortom, vele (sociaal-culturele) betekenissen.

Wat ook duidelijk wordt is dat thee een stevige positie heeft als onderdeel van een sociale situatie. We eten of drinken tenslotte niet alleen maar om onze honger of dorst te bevredigen. Thee, zou je kunnen zeggen, is bij uitstek een sociaal smeermiddel. Thee omvat een ritueel, een taal voor sociaal verkeer. We drinken niet 'zomaar iets' met een willekeurig persoon op een willekeurig tijdstip. Er zijn altijd herkenbare en onuitgesproken regels en patronen die houvast bieden waardoor we met elkaar kunnen samenzijn, nuttigen en communiceren zonder gezichtsverlies te leiden, zonder ons te hoeven schamen[xix]. Deze regels en patronen zijn een soort taal, die we niet uitspreken maar die blijkt uit onze gewoonten. Deze gewoonten zijn zo vanzelfsprekend en normaal dat we de manier waarop we thee drinken of een maaltijd nuttigen niet meer ter discussie stellen, deze wordt als bekend verondersteld[xx]. We hebben de boeken over tafelmanieren niet meer nodig. Tafelmanieren zijn zo vanzelfsprekend dat we van niemand verwachten dat hij zijn mes aan het tafellaken afveegt alvorens het dicht te klappen en in zijn zak te steken.

Het is juist omdat we zulke sterke en herkenbare gewoonten hebben rondom eten en drinken dat een maaltijd of een borrel het sociale samenzijn zeer kan vergemakkelijken en versoepelen. Bij sociale interactie is niet alleen sprake van een mentale of cognitieve interactie door praten en communiceren. Ons hele lijf doet mee, bij fysieke nabijheid communiceren wij ook als fysiologische systemen, met ons lijf en zenuwstelsel[xxi]. Dit wordt zichtbaar in een geanimeerd gesprek waarbij telkens als de een ophoudt met praten, de ander exact in het ritme de draad oppakt met een uitspraak, een knik, een kreet of een lach. De ritmen (het zenuwstel) van beide sprekers synchroniseren met elkaar onder invloed van de focus op elkaar. Wanneer het gesprek voor de betrokkenen goed voelt, als in een flow, is de snelheid van reactie op elkaar minder dan 0.02 seconden. Dat is veel sneller dan wat we als bewuste actie aan zouden kunnen (rond 0.4 seconden)[xxii].

De synchronisatie in een gesprek gaat dus 'automatisch'. En wanneer dat niet lukt voelen stiltes ineens pijnlijk of is het gesprek stroef. Het kleine ritueel van het ritme van het gesprek leidt tot een gedeelde gemoedstoestand of emotie. Die gedeelde emotie zorgt ervoor dat een gevoel van solidariteit ontstaat en dat zich energie opbouwt in het individu. Een geslaagde sociale interactie is dus een geslaagd ritueel waarin ritmen synchroniseren en er gezamenlijke energie wordt opgebouwd. Het ritueel maakt letterlijk méér van de som der delen[xxiii].

Dit basispatroon van sociale interactie wordt om twee redenen versterkt door gezamenlijk eten en drinken. Het patroon van een maaltijd of een borrel maakt dit een ritueel in zichzelf, waarin ook synchronisatie mogelijk is op het handelingsniveau. Zoals duidelijk wordt als we 'toevallig' allebei op hetzelfde moment ons eigen glas wijn pakken. Daarnaast geeft eten en drinken een extra stimulans aan ons fysiologisch systeem. Drinken stimuleert de nieren, een van onze 'contactorganen'. Door de sterke stimulans van de nieren (met vochtafdrijvende en alcoholische dranken) wordt ook de psychologische capaciteit vergroot om contact te maken.

Ooit een feestje gehad zonder drinken, zonder drank? We drinken ons letterlijk moed in. Laten we het glas heffen.

Gebruikte bronnen:

"Weergeld voor een bloedneus. Interview met Han Nijdam over proefschrift 'De taal van het lichaam. Het mensbeeld in middeleeuws Friesland aan de hand van de Oudfriese boeteregisters'. NRC 4/5 April 2009

"Speuren naar sporen van een kloosterpad" In Noorderbreedte jaargang 23 no3 Nanka Karstkarel.

Bourdieu, P. (1984) Distinction. A social critique of the judgement of taste. Harvard University Press: Cambridge

Collins, R. (2004). Interaction Ritual Chains. Princeton/Oxford: Princeton University Press

Douglas, M. (1972) Deciphering a meal. In: Daedalus, vol 101, no 1 pp 61 -81

Elias, N. (2000) The civilizing process. Sociogenetic and psychogenetic investigations. Eds; Dunning, E., Goudsblom, J. and Mennell, S. Blackwell Publishing

Helman, G.C. (2007) Culture, health and illness. Fifth edition. Hodder Arnold.

Jobse – Van Putten, J. (1995) Eenvoudig maar voedzaam. Cultuurgeschiedenis van de dagelijkse maaltijd in Nederland. SUN; Nijmegen

Leung Kin Han, P. (2007) Tracing the history of tea culture. In: Tea and Tourism. Tourists, traditions and transformations. Ed. Jolliffe, L. Channel View Publications; Clevedon

Jolliffe, L. (2007) Introduction. In: Tea and Tourism. Tourists, traditions and transformations. Ed. Jolliffe, L. Channel View Publications; Clevedon

Visser, Margaret (1986) Much depends on dinner. The extraordinary history and mythology, allure and obsessions, perils and taboos of an ordinary meal. Penguin books; London

[i] "Tea drinking was very much a hobby of the social elite until the Jin Dynasty (AD 265-420). Widespread tea-drinking behaviour in China is also the result of the popularization of Buddhism. During the Tang Dynasty tea was largely used as praise to Buddha and as an official drink in ceremonies." (Leung Kin Han 2007: 24)

[ii] Jobse-van Putten (1995: 108)

[iii] Jobse-van Putten (1995:87) Zie ook Bier! Geschiedenis van een volksdrank. 1994

[iv] Noorderbreedte jr 23 no 3 Karstkarel

[v] Noorderbreedte jr 23 no 3 Karstkarel

[vi] NRC April 2009 Interview Han Nijdam

[vii] NRC April 2009 Interview Han Nijdam

[viii] "It is not known whether the Portuguese or the Dutch first brought tea to Europe in the early 17th Century. The Dutch East India Company played a critical role in planting and importing tea from Indonesia. (...) In response to increasing demand, commercial tea gardens were introduced in Indonesia in 1728. Farm workers were recruited from China to adopt the Chinese way of tea production." (Leung Kin Han 2007: 31)

[ix] Jobse-van Putten p107

[x] Norbert Elias beschrijft dit proces als een civilisatieproces

[xi] Gehele paragraaf ontleent aan Elias 2000: p 73 - 109

[xii] Jobse-van Putten hoofdstuk 4

[xiii] Zie voor analyse van stratificatie van smaak en sociale klasse; Bourdieu 1984

[xiv] Jobse-van Putten p 108

[xv] Noorderbreedte jr 23 no 3 Karstkarel

[xvi] Jobse- van Putten zegt in haar overzichtsstudie "met name over dat deel van het dagelijks leven dat het eten, drinken en de tafelgewoonten in vroeger tijden betreft zijn we slecht geïnformeerd. En voor zover we er wel gegevens over hebben, betreft het vaak rijk voorziene feestmalen of de voeding uit geestelijke of adellijke kring, soms ook die van de gegoede burgerij uit de steden. Bijzonder moeilijk is het om iets te weten te komen over wat bijvoorbeeld een eenvoudige boer of het proletariaat uit de industriesteden in de middeleeuwen at" p81

[xvii] Helman (2007:56-57)

[xviii] Jolliffe (2007; 4-5)

[xix] Douglas (1972)

[xx] Visser (1986)

[xxi] Collins (2004) en specifieke uitleg over conversatie; p65 - 87

[xxii] Collins (2004: 77)

[xxiii] Collins hoofdstuk 2 en 3 

Translation Reading Petra Derkzen

Afternoon Tea

A cup of tea? Tea, an established drink in China for centuries, was and is an important part of social gatherings. Tea ceremonies developed by the elite in the Chinese dynasties, and often through the clergy, so the Chinese monks.

Matthew Mazzotta occupied a field on which once the Monastery of Smalle Ee was built. Anno 1370, The Benedictine monk of this Smallingheraconvent would have looked puzzled when offered a cup of tea. He would surely have thought that somebody was trying to offer him brackish ditch water. The water in the bogs of the Netherlands was of very poor quality. Water was therefore by definition suspect, and undrinkable. They had never heard of tea. Beer! That was the daily drink during the Middle Ages until well into the 17th century.

Although tea would have been a smart invention. As for brewing beer, the water must be boiled, which is good for hygiene. After 1400 there were only women living in the convent. They probably would have liked to drink a cup of tea with each other.

A safe place it was, the monastery of Smallingheraconvent. There were fairs held in monasteries in the region, the earliest market always started at this monastery. From year to year to market traders made use of the “convent-path”. In an agreement signed in 1453, leaders of that time tried to ensure the safety of the merchant. That was not easy because there was no central government or authority. Medieval Friesland consisted of a number of autonomous "terrae" countries where "free men" ruled. This small and privileged group of men said right under Germanic law.

Until 1498, there was a genuine honour culture in Friesland where families were constantly fighting each other. In an honour culture the rule is, if you beat me, I turn it back on you, so that the honour is in balance again. The free men fought constantly for power and glory. In the absence of a central authority, violent crimes of the elite were not dealt with in prison but were handled through a precise penalty system. A severed nose was worth less than gouged eyes and chopping off the right leg was cheaper than the left leg as you needed your left leg to mount your horse. In the fine records we read that to throw someone a beer in the face was a medium insult. It was worse than throwing someone water in the face but not as bad as throwing vulture in the face…. Each offense had to be paid with money.

Probably, a cup of tea would have worked better to calm the emotions than a glass of beer. The tea break, however, did not exist yet. Tea is obviously a colonial drink. Tea has the smell of exploitation and unscrupulous trade. These were the times of the Golden Age and the actual VOC mentality.

Tea seeped into Dutch culture as interesting and exotic drinks along with coffee and chocolate drink from the 17th century. Tea was part of a process of top down cultural diffusion. Tea came first available for the very wealthy small elite after which it became established in the middle classes and subsequently became so obvious that it even could be found in the habits of the poorest. This was the case too, with table manners and the use of utensils.

In the Middle Ages we can see a civilizing process at the French courts through writings on table manners. For example, in the 13th century one was admonished not to blow the nose in the tablecloth. The elite and upper middle classes imitated the court. From the 15th century writings were also aimed at the bourgeoisie about appropriate table manners. Erasmus wrote in his book on culture for boys, "Some people stab their hands in the dish the moment it is served. Only wolves do this ". And "licking the greasy fingers is rude."

These recommendations were aimed at the elite of that time, for the common people nothing was written (apart from the fact that they usually could not read). The common people ate just out of the 'potspysen' possibly aided by a piece of bread. The fork only appeared in inventories of farmers and shopkeepers around 1730. In the 18th century an extension of the use of cutlery takes places and the individual plate and bowl were slowly becoming normal.

The beverage tea was initially very expensive and exotic and therefore very prestigious. One could distinguish oneself with tea in similar fashion as with wine nowadays. Tea was so special that it was not consumed with a meal but it received its own "private moment" in the tea gathering. Jozien Jobse-van Putten writes about the late 17th century:

"The newly created tea gathering was, back then, an excellent opportunity to profile and distinguish oneself. It came with (often expensive) china, which acted as a status symbol, and so contributed to the cessation of the desired facade. (...) The rapid spread of the habit of drinking coffee and tea by wide strata of the population resulted in various writings of that time, which obviously came from the middle-class, expressing discontent. The middle-class talked about "abuse" of coffee and tea."P107/108

Besides socio-cultural reasons, there were also other reasons for the rising popularity of tea (and coffee). Rising cereal prices resulted in a rising price of beer and several epidemics of cattle plague made dairy products scarce and expensive. Also, there was dissatisfaction with the quality and taste of many locally brewed beer. But above all, the rise of the use of coffee and tea are inseparable from another innovation of the time, the availability of sugar and thus, the development of a sweet taste.

For the nuns of Smallingheraconvent these innovations came too late. After the 1580 reform and the introduction of Protestantism the monasteries were demolished so that the Spaniards, with whom we were at war, could not use the monastery as shelter. Most likely the nuns never drank tea in the monastery of Smallingheraconvent. Although we are not sure. There is very little known about the daily eating and drinking habits of many people, written sources are mainly available of elite households.

So far I have limited myself in my reference to tea to the leaf of the plant Camillia Sinensis cultivated in south east Asia. This plant was unknown the Netherlands of the Middle Ages. However, in our daily speech "making a tea" refers also to making an extract or infusion of plant material by pouring boiling water over it. This practice could indeed have taken place in the monastery.

Presumably many parts of plants and animal products were used for medical treatments or other (religious) rituals. If we focus only on what we categorize as 'food', we are in danger of an incomplete picture. Plants that were used for medical or religious reasons, however, often have nutritious value which would not be take into account if we would ignore the category 'other use'. It is indeed possible that 'herbal tea' was prepared by the nuns for various ailments and rituals.

Tea and the practice of drinking tea has conquered a place in our culture, as in other cultures where tea was introduced. Think of the British afternoon tea, a Japanese tea ceremony and tea served in a Russian "Samovar". The Inuit in northern Canada and several indigenous peoples in Kenya adopted (black) tea into their culture after its introduction.

Tea has a strong historical association with hospitality. The prestige and status-enhancing tea visits in the 17th century were already mentioned. But tea can equally be linked to Dutch frugality. The character sketch of austerity goes hand in hand with tea in the image of Prime Minister Drees who entertained U.S. Marshall-plan negotiators with tea and ‘mariakaakjes’ (particular cookies) at his private home. Tea has, in short, many (socio-cultural) meanings.

What also becomes clear is that tea has a strong position as part of a social situation. We eat or drink, after all, not just to satisfy our hunger or thirst. Tea, one might say, is eminently a social lubricant. Tea includes a ritual, a language for social intercourse. We do not drink "just something" with a random person at any time. There are always recognizable and unspoken rules and patterns that provide guidance so that we can be together, eat and communicate without losing face or without having to be ashamed. These rules and patterns are a kind of language that we do not speak but which is reflected in our habits. These habits are so obvious and natural for us that we do not question anymore the way we drink tea or have a meal, it is assumed as known. We do not need books on table manners anymore. Table manners are so obvious that none of us expect someone to wipe his knife on the tablecloth before closing it and putting it back in his pocket.

It is precisely because we have such strong and recognizable habits around eating and drinking that  a meal or a drink can facilitate social gatherings. In social interaction there is not only mental or cognitive interaction. Our whole body is taking part. By physical proximity we communicate with our body and nervous system as physiological systems. This is visible in an animated conversation in which whenever one stops talking, the other picks up the rhythm exactly in tune and time with a statement, a nod, a smile or cry. The rhythms (the nervous system) of both speakers synchronize with each other under the influence of the focus on each other. When the conversation for those involved feels good, as in a flow, the speed of response to the other is as low as 0.02 seconds, much faster than we could achieve as a conscious action(around 0.4 seconds).

Synchronization in social interaction therefore is 'automatic'. If it fails silences suddenly feel sore or the conversation feels stiff. The little ritual of the rhythm of the conversation leads to a shared state of mind or emotion. The shared emotion causes a feeling of solidarity which creates and builds up energy in the individual. Successful social interaction is a successful ritual in which rhythms synchronize and in which collective energy is built. The ritual is literally more than the sum of its parts.

This basic pattern of social interaction is for two reasons reinforced by eating and drinking together. The pattern of a meal or a drink makes this a ritual in itself, in which synchronization is possible at the enactment level. As is clear when we 'accidentally' both at the same time address our own wine glass. In addition, food and drinks create an extra impetus to our physiological system. Drinking stimulates the kidneys, one of our 'contact organs’. Due to the strong stimulus (with diuretic drinks and spirits) of the kidneys, the psychological capacity to make contact is also stimulated.

Ever had a party without drinking, without drinks? We drink literally for courage. Let's raise the glass.

Literature:

“Weergeld voor een bloedneus. Interview met Han Nijdam over proefschrift ‘De taal van het lichaam. Het mensbeeld in middeleeuws Friesland aan de hand van de Oudfriese boeteregisters’. NRC 4/5 April 2009

“Speuren naar sporen van een kloosterpad” In Noorderbreedte jaargang 23 no3 Nanka Karstkarel.

Bourdieu, P. (1984) Distinction. A social critique of the judgement of taste. Harvard University Press: Cambridge

Collins, R. (2004). Interaction Ritual Chains. Princeton/Oxford: Princeton University Press

Douglas, M. (1972) Deciphering a meal. In: Daedalus, vol 101, no 1 pp 61 -81

Elias, N. (2000) The civilizing process. Sociogenetic and psychogenetic investigations. Eds; Dunning, E., Goudsblom, J. and Mennell, S. Blackwell Publishing

Helman, G.C. (2007) Culture, health and illness. Fifth edition. Hodder Arnold.

Jobse – Van Putten, J. (1995) Eenvoudig maar voedzaam. Cultuurgeschiedenis van de dagelijkse maaltijd in Nederland. SUN; Nijmegen

Leung Kin Han, P. (2007) Tracing the history of tea culture. In: Tea and Tourism. Tourists, traditions and transformations. Ed. Jolliffe, L. Channel View Publications; Clevedon

Jolliffe, L. (2007) Introduction. In: Tea and Tourism. Tourists, traditions and transformations. Ed. Jolliffe, L. Channel View Publications; Clevedon

Visser, Margaret (1986) Much depends on dinner. The extraordinary history and mythology, allure and obsessions, perils and taboos of an ordinary meal. Penguin books; London

 

English

Steeped In Exploration is a socially engaged art project aimed at creating space for dialogues around exploring the “local”, science, public involvement, ecological issues, community building, artists’ sensibilities, bringing criticality to a space, and dissecting the systems that make up our “everyday”.

Transforming cow manure from local farms into energy (methane) through a public methane digester to boil water for tea, made from local edible plants collected on public outings. This participatory intervention questions our current systems of living, at the same time creates an opportunity for others to participate in the (re)imaging of our world.

Digesters are used all over the world to cook and light spaces. Anaerobic digestion is a series of processes in which microorganisms break down biodegradable material in the absence of oxygen. A methane digester is any system that is filled with biodegradable material (cow manure) and closed off from an oxygen supply. (Basically, any organic material put in an "air-tight" container will start to produce methane). To make a usable system, a control value (hose with cut-off value) is attached to release the methane so that it can be burned.

Note: Burning Methane (CH4), a potent greenhouse gas, separates it into Carbon Dioxide (CO2) and Water (H20). Although CO2 is another greenhouse gas it is not actually as potent as methane, so by burning methane you actually earn carbon credits.

Most of the technologies we accept into our lives provide us with conveniences, yet they can also separates us from the world around us and each other. The central element of Steeped In Exploration, the methane digester, is the anchor and the catalyst for creating new possibilities of social interactions while questioning existing ones. The public decentralized heat generation of the methane digester provides context and frames the conversation for exploring the landscape and collecting edible plants. This curiously simple, yet mystifying technology, questions global issues, at the same time creates local responses to issues of sustainability and lifestyle choices.

For Two-weeks, starting March 20th, people from the surrounding communities are invited to become Steeped In Exploration and forage for edible plants used in tea making. Once the digester is installed and producing methane, investigating edible plants of late Winter and early Spring such as Crowberry, Winter-cress, Garlic mustard, Nettles, Onion grass, Dandelion, Tree Sap, Tree bark, etc. will revolve around research from texts and the internet, but more interestingly from conversing with local people. Although, local people can help fabricate the digester and construct the seating area, the conversations and knowledge brought by the participants during the public outings and tea making will complete the piece.

Pulling upon local knowledge, the conversations and adventures around finding and identifying edible plants and making tea communally asks us to depart from the usual avenues of consumeristic culture and open ourselves up to a more unscripted and informal way of interacting. These actions of collecting edible plants from the landscape and the rituals of making tea become something much more critical, visual, and participatory, while creating a moment to take a fresh view of the landscape and the people we live with.

Matthew Mazotta from Boston, USA

Matthew Mazzotta / Smallingerland

Foto's