Norgerweg 219
9497 TC Donderen (Drenthe)
info@peergroup.nl
tel.no: 0592 396933

P.A.I.R.

2011

2010

2009

Maarten Heijkamp / Allardsoog

 
 

Kunstenaar Maarten Heijkamp (Gelselaar, 1979) heeft gedurende twee weken de residence betrokken en zich laten inspireren door de omgeving van Allardsoog, waar de gestapelde containers van P.A.I.R. op 7 mei geplaatst werden.

Heijkamp heeft één van de containers omgebouwd tot een camera obscura. Bij het plaatsen van de containers is onbewust het perspectief van waaruit hij zijn werk maakte vastgesteld. Heijkamp heeft rond getrokken in de omgeving; opzoek naar objecten, verhalen en mensen die een rol konden spelen in zijn werk. Uiteindelijk heeft dit geleid tot een monumentaal fotografisch beeld. 


Het verzilverde landschap

De zeecontainers van de P.A.I.R. staan opgesteld midden in het landschap van Allardsoog. Ik ga één van de containers ombouwen tot een camera obscura. Degene die de containers daar neerzette, bepaalde zonder het te weten het perspectief van waaruit ik mijn werk ga maken. Het beeld lijkt daarmee eigenlijk al vast te liggen. Wat kan ik daar nog aan toevoegen? Ik ga rondtrekken in de omgeving om daar objecten, verhalen of personen te zoeken, die een rol kunnen spelen in het beeld. Uiteindelijk maak ik hiermee een monumentaal beeld, dat ik ter plekke zal ontwikkelen. Het landschap van Allardsoog wordt niet slechts gereproduceerd, maar fungeert als model voor een nieuw, landschappelijk beeld.

Maarten Heijkamp

www.maartenheijkamp.nl

English information

The silvered landscape

P.A.I.R.’s stacked containers are prepared in the landscape of Allardsoog. I’m going to build one of the containers into a camera obscure. The person who brought these containers to Allardsoog, decided without knowing the perspective from where I’m starting my work. The result/image seems to be captured already. But what can I add to it? I’m going to wander about the environment to find people, stories or objects, which can become part of the image. Eventually, I will make a monumental image, which will be developed at the spot. The landscape of Allardsoog will not only been reproduced, but it will function as a model for a new image.


Maarten Heijkamp


www.maartenheijkamp.nl

Tekst bijdragen

P.A.I.R.
Allardsoog / Maarten Heijkamp
Drie Provinciënpunt van Groningen, Friesland en Drenthe
16 mei t/m 1 juni 2009
Door: Sjef Meijman

Een verhaal over de avonturen van Maarten.

Twee containers. De deuren kraken, binnen is een stroomvoorziening, een kachelpijp ligt op de grond.
Een trap leidt naar boven naar wat de woonruimte zou moeten zijn. Daaronder staat een container die werkruimte zou kunnen zijn. Ze zijn niet groen geverfd. Van donkergroen naar lichtgroen, zodat ze op zouden gaan in het landschap. Op de buitenwand zou groot P.A.I.R. kunnen staan. De mensen zouden geïnteresseerd langs kunnen komen, en vragen: P.A.I.R.? Hij zou dan, als kunstenaar, meteen een goed begin hebben voor een gesprekje. Een gesprekje met de plaatselijke bevolking, over de omgeving en hoe het zo gekomen is.

De containers zijn onaf. Daardoor gedijen ze goed op het land. De boomopslag op het pad naar het land, gedijt ook goed. De jonge boompjes weten niet hoelang ze daar zullen staan. Misschien worden ze weggemaaid, opgegeten, misschien groeien ze uit tot grote bomen.

Twee weken is Maarten daar geweest. De grens van de provinciën. De grens van een oud zandpad, aan de rand van een groot weiland. Vanaf de container was hij bezig te reageren op het landschap. Het landschap reageerde niet terug. Daarvoor duurde het te kort. Het gras onder de onderste container zou iets geler zijn. Maar hij wist, dat het na een paar weken weer groen zou zijn. Ook zouden er pissebedden onder de container gaan wonen, dacht hij. Ze zouden verontwaardigd wegkruipen als de containers werden opgehaald.

Het weiland leek groots en monotoon vanaf de container. Overdag zat hij op zijn knieën in het gras. Ieder sprietje zou een boom kunnen zijn, de aarde rotsen. 's Nachts maakte hij zijn beelden. De onderste container was zijn camera. Met grote lampen belichte hij wat er toe deed. Hij moest door werken want in de verte kwam de zon op. Het moest klaar zijn voordat de dingen die er niet toe deden ook licht vingen.

Met zijn mestinjector had de boer de bovenste grondlaag van het weiland doorboort. Als er niet zoveel mest in de groeven zat kon je precies de doorsnede van de grondlaag zien. Met de wortels van het gras, met haarvaten op zoek naar voedsel. De boer sprak over zijn land alsof het af was. Hij had het zo ingericht dat hij met zijn nieuwe machine precies twaalf keer heen en weer moest om het raaigras te maaien. De boer hield van zijn land, en hield van inkuilen. Bovendien had hij een kraaienvanger, om de kraaien te vangen.

Eén dag was Maarten naar het Veenmuseum geweest, want van veen wist hij niet veel. Het laagveen lag daar in patronen in grote bakken. Hij herkende de patronen; het was hetzelfde als het patroon van de mestinjector in het weiland. 's Avonds in de schemering, voordat het echt donker werd en hij moest fotograferen, maakte hij een vuurtje. Hij zat daar samen met de oude vrouw, die woonde aan het einde van het pad. Ze vertelde hem over het gras, en dat als je niets zou doen, je volgend jaar weer kon beginnen bij het begin. Het begin waar de grootvader van de boerderij begonnen was.

Het land zelf kon zich weinig van het begin herinneren, maar het was al begonnen ver voor de grootvader?

Een landschapsvanger? Beste man, ik heb een kraaienvanger. Wie wat van het gras wil weten, moet het maaien, schudden, rapen en inkuilen.

Na de storm heeft de oude vrouw hem moed in gesproken, en zei: van de 10 kuikens die geboren worden, sterven er acht, als je niets doet. Dat kan uit, kennelijk. Anders was de kip er allang mee gestopt. Die avond bracht de boer hem met een grote grondbewerkingsmachine twee ton kuil. De boer zei: hier heb je mijn weiland, bekijk haar maar eens goed. Maarten was gewend naar de dingen te kijken alsof ze enkel een buitenkant hadden. Hij nummerde de buitenkanten, omdat aan de buitenkant de dingen steeds meer op elkaar gingen lijken.

Hij belichte het. Markeerde de meest interessante punten. Verkleinde het diafragma. En stelde de belichting nog één keer bij. Het kuilgras vertelde hem een verhaal van bodemlagen, zachte en ondoordringbare, zand- en veenlagen. Over kliffen en rotsen, over een paar kleine boompjes die net gedijen met hun wortels in de stenen. Over een langzame overgang van struiken aan de voet. Zand waar enkel een grasje groeit.

De volgende ochtend kwam de oude vrouw langs gelopen. Ze vroeg hem te blijven.


 

P.A.I.R. 

Allardsoog / Maarten Heijkamp

Door: prof. Kris Koppen

(openingswoord bij presentatie op 29 mei)

Goedemiddag iedereen,

Enkele weken geleden belde Henry mij op om mij uit te nodigen voor deze bijeenkomst.
En daarbij noemde hij het Milieu en kunst project op Van Hall. En toen wist ik gelijk weer wie hij was. Want toevallig of niet: een aandenken aan die week lag nog altijd op mijn studeerkamer.
Goede herinneringen: bruisende week, originele en creatieve invalshoek.

Herinneringen zijn beelden die makkelijk vervloeien en vervluchtigen. We hebben dingen en mensen nodig om ze vast te houden en te verdiepen. Dit blokje heeft de herinnering aan die week levendig gehouden en het feit dat ik Henry (en anderen) hier weer mag ontmoeten geeft weer een verdere dimensie aan die herinnering.

Het is met beelden en ideeën vaak net als met een vlieger: alleen als ze ook ergens door worden vastgehouden, en dus een zekere concrete verankering hebben, kunnen ze echt opstijgen.

De rest van mijn verhaal zal gaan over natuur en landschap en hun betekenis voor mensen in de wereld van vandaag. Ook daarbij draait het om herinneringen en beelden, en om mensen en dingen die elkaar ontmoeten. Het is een thema waar ik bijna 30 jaar mee bezig ben, maar ik zal mijn best doen om het verhaal hier iets korter te houden.

Ooit leefden mensen jarenlang, of zelfs hun leven lang, op één plek; en op die plek waren ze onmiddellijk afhankelijkheid van de natuur om hen heen. Alle beelden en herinneringen van het landschap waren daarom onlosmakelijk verbonden met het leven, geboorte, liefde, werk, en dood van de lokale gemeenschap. De natuur was ons eerste en enige huis.

Nu is dat radicaal veranderd. Ons huis, ook als we leven op het platteland, is een stedelijk en industrieel huis, opgebouwd uit producten uit alle windstreken van de aarde. We kunnen ons afschermen van de invloeden van natuur. En we worden onophoudelijk bestormd met beelden: reëel of verzonnen, herkenbaar of onbegrijpelijk, van werelden nabij en veraf.
Natuur en landschap zijn nog steeds belangrijk voor mensen, maar nu als het ware als ons tweede huis: vanuit een beschermde, geregelde maar ook chaotische maatschappij zoeken we opnieuw de spontaniteit en schoonheid van natuur als een plek van rust en om tot onszelf te komen. Indirect blijven we dus toch afhankelijk van natuur, maar dan meer als een soort geestelijk ankerpunt.

We kunnen natuur tegenwoordig op velerlei manieren bekijken: we hebben allerlei beelden uit wetenschap en kunst die ons iets kunnen leren over natuur. We maken reizen en kunnen allerlei landschappen bekijken en vergelijken. We kunnen landschap op allerlei manieren vormgeven. En we discussieren daarover: waar de één een strak geploegde akker of een weiland met koeien het mooiste landschap vindt, is voor de ander een ruig en verwilderd veenmoeras het toppunt van natuurschoon.

Anders gezegd: wij zijn zelf steeds mobieler geworden en met ons zijn ook natuur en landschap steeds mobieler of beweeglijker geworden.

Als wij naar landschap kijken dan doen we dat niet vanuit één lokaal of traditioneel beeld, maar we gebruiken daarbij allerlei visies van kunstenaars en natuurliefhebbers. Dat kunnen idyllische beelden zijn van de Hollandse en Engelse landschapsbeelden zijn maar ook  abstracte beelden van tegenwoordige landschapskunstenaars.

Op zich is deze veelheid van beelden schitterend. Maar er zitten ook risico's aan. Mobiel zijn is mooi, maar mensen hebben ook verankering nodig. De vele beelden uit kunst en media kunnen ons inspireren om natuur op nieuwe manieren te zien, maar als het blijft bij virtuele beelden dan vervluchtigen onze herinneringen snel en komt het niet tot een daadwerkelijke verbinding met het landschap. Als onze beleving van het landschap beperkt blijft tot televisie en film en een vluchtige kennismaking op een vakantietrip, dan zullen die beelden en herinneringen weinig diepte krijgen en zullen natuur en landschap niet het ankerpunt kunnen worden dat we nodig hebben.

Voor een daadwerkelijke binding met het landschap zijn niet alleen beelden nodig, maar ook tijd en aandacht. Het is niet genoeg om van afstand te kijken, maar ook nodig om in dat landschap rond te lopen en daar mensen, dieren, planten en dingen te ontmoeten. Alleen langs die weg kunnen de beelden in ons hoofd zich vervlechten met concrete, zintuigelijke ervaringen. Zo kan het landschap zich als een concrete, materiële plek op aarde verankeren in ons, en kunnen wij ons ankeren in het landschap.

Dit verhaal had ik kort geleden beschreven voor een essay, maar het past ook goed bij het project Portable Artist in Residence. Ieder kan daaraan uiteraard zijn of haar eigen betekenis geven, maar in mijn ogen staat het 'portable' voor de mobiliteit van mensen en het 'residence' voor de verankering in een specifieke, materiële plek. Door een langere tijd op één plek te verblijven ontstaat tijd en aandacht voor de ontmoeting met het landschap. Verbeeldingen van kunstenaars kunnen zich dan vervlechten met een concreet, lokaal landschap. En de resultaten daarvan kunnen ons dan weer inspireren tot nieuwe ontmoetingen met landschap, hier en elders.

Dat brengt mij tenslotte weer terug bij de week kunst en milieu 20 jaar geleden en ook bij het werk van Maarten Heijkamp. Ik herinner me van die week bij Van Hall één kunstenaar het beste, die kunst maakte uit afval.. In één van zijn projecten bewerkte hij kranten die bewerkte hij heel lang en intensief en maakte daaruit vervolgens nieuw plastische objecten. Wat mij daarbij trof was de enorme tijd en aandacht die hij besteedde aan een soort materiaal - oud paper - dat door andere mensen meestal totaal onbelangrijk wordt gevonden.

Eenzelfde soort aandacht meen ik af te lezen aan het werk van Maarten Heijkamp, dat hier vandaag centraal staat. Zijn materiaal is is niet papier, maar landschap en hij bewerkt dat niet met water en mixers, maar met licht en projectie. Maar hij doet dat evenzeer op een buitengewoon intensieve en aandachtige manier. Dat resulteert in beelden waarin nieuwe, soms onvermoede eigenschappen en patronen van het landschap naar voren springen. En wellicht zijn dat voor sommigen van ons patronen en eigenschappen die we vervolgens ook in het landschap herkennen waarin we zelf rondlopen. Dan worden deze beelden ontmoetingen met het landschap en misschien nieuw sporen van herinnering die ons vervlechten met natuur.

Ik hoop dat PAIR een feest van onmoetingen wordt: tussen kunstenaars en het landschap, tussen cultuur en natuur, tussen kunst en wetenschap en, natuurlijk ook, tussen mensen onderling.


Recensies

Joep van Ruiten

Foto's

Maarten Heijkamp, Kuilvoer (600 m² weideland) 2009, 127x200 cm, camera obscura direct exposure print Maarten Heijkamp, Kraaienvanger 2009, 127x138 cm, camera obscura direct exposure print